FAQ ECCO Products

Als men een grindverharding wilt aanleggen zonder grindmatten, moet men opteren voor ofwel een grovere grindsoort of voor grind met veel fijne deeltjes

Gebruikt men een grovere kiezelsoort, krijgt men op termijn spoorvorming en blijft het grind niet op zijn plaats liggen. Ook is het moeilijker om erdoor te rijden met de fiets, kinderwagen of rolwagen. Bovendien zakken de hakken van damesschoenen in het grind en worden deze zo beschadigd.

Men kan ook kiezen voor fijner grind om het grind vast te leggen, echter door het gebruik van meer fijne deeltjes (0-5 mm of 0 – 15 mm) vermindert de waterdoorlatendheid. Hierdoor ontstaan plassen, putten en sporen en gaan de fijne deeltjes aan de wielen van de wagen en aan de schoenen kleven.

Door het gebruik van grindmatten wordt het grind op zijn plaats gehouden én bekomt u een stabiele en waterdoorlaatbare ondergrond zonder spoorvorming.

Bij de ontwikkeling van de ECCOgravel grindplaat, werd uitermate veel aandacht besteed aan de kwaliteit. Zo zijn ECCOgravel grindplaten vervaardigd uit HDPE (High Density Polyetheen). Polyethyleen - of polyetheen - is van nature meer flexibel dan andere kunstoffen in de familie van de thermpolasten, zoals bijv. polypropyleen (ook wel polypropeen genoemd). Ook is polyetheen (in tegenstelling tot polypropeen) beter bestand tegen vriestemperaturen, zelfs bij vriestemperaturen blijft de plaat flexibel waardoor deze niet zal gaan breken of vervormen wanneer men erover rijdt. De drukweerstand van een ECCOgravel grindmat loopt gevuld dan ook op tot 400 ton/m² en is dus uitermate geschikt voor voertuigen tot 3,5 ton.

Bovendien hebben alle ECCOgravel grindmatten kunstofversterkingen tussen de honingraten, waardoor ze ook een zeer hoge wringlastweerstand hebben. Wringlasten worden uitgoefend als een wagen manoeuvreert over de grindverharding (draaien en keren). Dankzij deze versterkingen zal de plaat niet gaan vervormen.

Daarnaast hebben alle ECCOgravel grindroosters een uitermate sterke worteldoek of geotextiel uit polyester die 100% aan de plaat verlijmd is, waardoor deze op termijn niet kan loskomen. De misvatting bestaat dan een geotextiel een grote dichtheid moet hebben. Dit is niet correct: een geotextiel moet sterk zijn, maar moet tevens waterdoorlaatbaar zijn (m.a.w. deze moet een open structuur hebben), zodat het hemelwater snel naar de ondergrond doorsijpelt. Worteldoeken die geen open structuur hebben, zoals deze van ECCOgravel, kunnen op termijn gaan verstoppen, waardoor er zich plassen en modder zullen vormen op de grindverharding. Indien u kiest voor een ECCOgravel grindmat met een goed waterdoorlaatbare geotextiel hoeft u niet meer te investeren in een duur afwateringssysteem.

Tot slot werd ook aan het gebruiksgemak gedacht, zo zijn ECCOgravel grindmatten relatief grote matten (120 x 160 cm = 1,92/m² per plaat), maar zijn ze plooibaar voor transport tot 120 x 80 cm (vandaar de naam "ECCOgravel 30 Double" en "ECCOgravel 40 Double". Op die manier kan u de matten gemakkelijk zelf vervoeren met de wagen, maar kan u toch een grote oppervlakte in één keer plaatsen.

De totale kost hangt af van verschillende factoren:

  • Zo is er voor een toepassing met wagens (bijv. oprit of parking) meer graafwerken nodig dan met een toepassing zonder wagens (bijv. wandelpad of terras). Het is namelijk erg belangrijk om een voldoende uitgebouwde fundering te voorzien (anders kunnen er verzakkingen optreden).
  • Daarnaast komt de keuze van de plaat. Voor een toepassing met wagens kiest u idealiter voor een plaat van 4 cm dik (aangezien deze een betere lastenspreiding heeft). Terwijl u voor een toepassing zonder wagens zeker voldoende hebt met een plaat van 3 cm dik.
  • Daarbovenop bestaan er zoveel verschillende types grind op de markt in verschillende prijscategorieën (er bestaan reeds grindsoorten vanaf € 2/m², maar prijzen schommelen uiteraard van soort tot soort en naargelang uw behoefte en toepassing). Tenslotte hangt de totale kost af van de grootte van het project.

Kortom, voor een volledig correcte prijsopgave, wendt u zich best tot een van onze verdelers of plaatsers.

Wat betreft de keuze van het grind, moet men rekening houden met vier parameters:

KALIBER

We raden af om grindsoorten te nemen waarvan de minimale fractie kleiner is dan 4 mm. Fijnere fracties zouden aan de schoenen kunnen blijven kleven of tussen de profielen op de banden van de wagen blijven steken. Om een optimale verdichting te krijgen in de honingraat, raden wij aan de maximale diameter van het grind te beperken tot 16 mm.

Aanbevolen voor toepassing zonder wagens: 4-8 mm. Aanbevolen voor toepassing met wagens: 8-16 mm.

VORM

Bij ronde grindsoorten spreken we van kiezel, bij gebroken grindsoorten van grind. Kiezel is aangenamer voor terrassen en tuinpaden, grind heeft dan weer het voordeel dat de toplaag (dit is het laagje bovenop de honingraatstructuur om de structuur onzichtbaar te maken) minder gemakkelijk zal verschuiven. Grind is dus aangewezen op plaatsen waar voertuigen op de verharding zullen rijden.

HARDHEID

Harde grindsoorten zullen minder vlug verbrokkelen onder rijdende lasten en worden minder vlug groen omdat ze minder water vasthouden (lage porositeit). Een zacht gesteente -met grote porositeit- daarentegen, verpulvert gemakkelijk en lost op termijn op. Bijgevolg zal het zachte gesteente op termijn waterdoorlatend worden, wat leidt tot plas- en spoorvorming. Bovendien zal ze groen worden op niet-zonnige kanten. Tenslotte zal het grind van zachte gesteenten in de zomer stofvorming veroorzaken en in de winter aan de schoenen blijven kleven.

KLEUR

Grind of kiezel is een natuursteen en blijft zijn kleur behouden, ook na lange tijd. Voor lichtere grind  of kiezelsoorten, opteert men best voor een witte ECCOgravel grindmat, terwijl voor donkere grind- of kiezelsoorten gebruikt men eerder een zwarte ECCOgravel grindplaat.

Door de flexibiliteit van de plaat en doordat het grind niet gebonden wordt, heeft opvriezing geen effect op de ECCOgravel®-verharding.

Bij het ontwerpen van funderingen voor asfalt- en betonklinkers zal er steeds rekening mee gehouden worden dat er geen water blijft staan in de zone waar vorst kan voorkomen in de fundering. Bij vorst kan dit namelijk aanleiding geven tot het opvriezen van de asfalt- of betonverharding. Daardoor is de funderingsdiepte voor dergelijke materialen zo omvangrijk. De diepte van de fundering bij ECCOgravel® grindplaten wordt dus enkel bepaald door de lasten die de verharding te verduren zal krijgen.

In tegenstelling tot beton(klinker)- verhardingen heeft ECCOgravel® geen minimale helling nodig. Zelfs bij heel hevige regenbuien zal de buffercapaciteit volstaan om het regenwater te verwerken.

Een kleine berekening: de maximale 20-jaarlijks terugkerende neerslagsintensiteit in België bedraagt 270 l/s/ha. Gedurende 10 min komt dit neer op 16,2 l/m².

Het regenwater zal onmiddellijk in de holle ruimtes van het grind en de onderliggende funderingen inspoelen. Zo beperken we het risico dat de functionaliteit van de verharding verloren gaat door water dat op de verharding blijft staan. In een kiezellaag van 5 cm kan al tot 10 liter water gestockeerd worden. Het spreekt voor zich dat een minimale steenslagfundering de rest voor zijn rekening zal nemen.

De maximale hellingsgraad of stijgingspercentage bedraagt 20%. Dit komt overeen met een maximale hellingshoek van ongeveer 10°. Voor een helling raden we aan om te kiezen voor een gebroken grindsoort, aangezien het grind hierbij in elkaar zal "haken" als het ware, waardoor deze beter op hun plaats blijven liggen. Ook is het belangrijk om de platen in halfsteensverband te plaatsen.

De ECCOgravel® plaat van 3 cm en deze van 4 cm hebben vergelijkbare karakteristieken (wringlastweerstand, drukweerstand, flexibiliteit, …). De lastenspreiding ( van auto’s, …) naar de fundering toe is echter beter bij een plaat van 4 cm dan bij deze van 3 cm.

Voorbeeld
1. U legt een blad papier op uw hand en slaat daarop met een hamer.
2. U legt een telefoonboek op uw hand en slaat daarop met een hamer.

Conclusie: de verdeling van de kracht is beter bij het tweede geval. Trekken we hetzelfde door bij ECCOgravel® grindmatten en dan mogen we besluiten dat de fundering minder belast zal worden wanneer de grindplaat dikker is.

ECCOgravel grindplaat 3 cm vs. 4 cm

Samengevat: u kan ECCOgravel 30 Double gebruiken voor een toepassing met wagens, op voorwaarde dat de fundering zeer stevig uitgevoerd wordt. De extra kost voor deze bijkomende versteviging weegt niet altijd op tegen de besparing op een dunnere plaat. Bovendien is het ook zo dat in België handelaren ECCOgravel 40 Double in grotere hoeveelheden stockeren, waardoor deze steeds voorradig is.

Bij het plaatsen van grindmatten, is het belangrijk om een goede fundering te voorzien om volgende redenen:

  • Waterdoorlatendheid: bij regenval moet het hemelwater snel kunnen doordringen naar de ondergrond. Als u geen egalisatielaag (en onderfundering bij wagens) voorziet, hebt u geen holle ruimtes waar dit regenwater kan opgenomen worden, waardoor u het risico loopt dat het water op het grind zal blijven staan. Vandaar raden wij steeds aan om een egalisatielaag (en onderfundering) te voorzien.
  • Stevigheid: als u over de grindmatten rijdt, oefent u een bepaalde druk uit op de ondergrond. Een groot deel van deze lasten wordt reeds opgevangen door de plaat. Om ook op lange termijn verzakkingen tegen te gaan is het belangrijk dat u een onderfundering voorziet in een grove steenslag (0-32 mm of 0-40 mm), opdat deze stenen de lasten kunnen opnemen. Aarde alleen is hier niet tegen bestand en zal op termijn gaan verzakken.

Kortom, om lange tijd te genieten van uw grindverharding, raden wij u steeds aan om een voldoende uitgebouwde fundering te voorzien. Meer informatie daarover, vindt u bij "plaatsing grindmatten".

Neen, grindmatten zijn niet geschikt voor gras. Hiervoor gebruikt u een grasdal, zoals bijv. ECCOdal.

Grindmatten hebben nl. kleinere mazen dan grasdallen, waardoor het moeilijker is om hier gras te gaan inzaaien. Ook hebben grindmatten een geotextiel die tegelijk dient als anti-worteldoek (om onkruid tegen te gaan), waardoor planten en grassen zich hier moeilijker aan kunnen hechten. Zo blijft uw grindverharding langer onkruidvrij. Bij grasdallen voorziet men een bodem in kunstof met specifieke eigenschappen voor het zaaien van grassen.

Elke verharding, of dit nu gaat over grindmatten, grasdallen, klinkers, tegels of hout, hebben steeds een - minimaal - onderhoud nodig. Bij ECCOgravel grindmatten is dit onderhoud beperkt. We kunnen dit opdelen in 4 groepen:

TOPLAAG

Afhankelijk van de verkeersintensiteit en het gebruik van de verharding is een sporadische inspectie aangewezen. Op plaatsen waar de honingraatstructuur komt bloot te liggen is het aangewezen dezeopnieuw toe te dekken. 

BLADEREN

Bij voorkeur eenmaal per jaar de bladeren verwijderen door deze weg te harken, blazen of zuigen. Tests hebben uitgewezen dat de minimale fractie in uw grind zeker niet kleiner mag zijn dan 4 mm als u hierbij verstuiving van het grind wil vermijden.

AARDE | MEST

Wanneer er aarde of mest op de verharding terechtkomt, wordt dit er best afgehaald met een schop tot op de honingraatstructuur. Een nieuw laagje grind (± 1 cm) bovenop de honingraatstructuur volstaat om opnieuw een perfecte verharding te hebben. De aarde of mest die tussen de holle ruimtes in de honingraatstructuur gespoeld is, heeft geen effect op de waterdoorlatendheid.

ONKRUID

Houd rekening met onderstaande zaken om onkruidgroei te vermijden.

  • Neem geen grindsoorten die een hoge porositeit hebben. Hoge porositeit = lang water vasthouden = meer onkruid.
  • Neem geen grindsoorten die een hoog kalkgehalte hebben, want dit bevordert groei van onkruid.
  • Maak een funderingskoffer zonder voedzame bestanddelen en die het water vlot draineert.

Het eventueel resterende onkruid (van zaad dat initieel al in de bodem aanwezig was) wordt bemoeilijkt te groeien door het geotextiel (anti-worteldoek) onderaan ECCOgravel® grindroosters. Het onkruid kan gemakkelijk met de hand verwijderd worden, doordat de wortels zich concentreren in de honingraatstructuur. Ook verwijdering met hete lucht of branders is mogelijk. Deze oplossingen verdienen de voorkeur op chemische onkruidbestrijders.

Jazeker, dankzij de open structuur van het geotextiel (worteldoek) van al onze ECCOgravel grindroosters.

Om een open en waterdoorlatende structuur te garanderen neemt u best geen grind met fracties fijner dan 4 mm. Na plaatsing zal het grind compacteren, maar door het ontbreken van de fijne fractie blijft ook op termijn de waterdoorlatendheid gegarandeerd.

Wanneer op termijn fijne deeltjes (vb: stof, zand, aarde, resten van bladeren,…) op de oppervlakte spoelen, zal dat de waterdoorlatende eigenschappen niet beïnvloeden. Deze fijne materialen vullen de holle ruimtes zonder daar verder gecompacteerd te worden. Het grind blijft de lasten overbrengen. Door de aanwezigheid van het anti-worteldoek onderaan de honingraatstructuur zal geen fijne fractie (bijv.: stof) in de onderliggende funderingen uitspoelen. Hierdoor wordt de waterbuffering in de funderingen ook op lange termijn gegarandeerd.

Ofwel werd er te weinig grind gebruikt bij de plaatsing, ofwel werd er een verkeerde grindsoort gekozen. Als het grind na plaatsing aanzienlijk verdicht op een natuurlijke wijze (dit is vooral het geval wanneer de minimale en maximale fractie sterk uiteenlopen), is dit op zich geen probleem. Dit zal enkel een gevolg hebben tijdens de eerste weken na plaatsing. Eenmaal de compactatie afgelopen is zal het grind niet meer verder zakken. De anti-worteldoek onder aan de ECCOgravel® grindplaat zorgt hier mee voor. We raden ten stelligste af om het grind nà plaatsing van de grindmatten mechanisch te verdichten, bijv. door het gebruik van een triplaat.

Voor een ECCOgravel 40 Double voorziet men ongeveer 80 kg grind/m², bij ECCOgravel 30 Double ongeveer 65 kg grind/m². De toplaag moet ongeveer 1 à 2 cm bedragen (afhankelijk van het type grindsoort).

Het grind in de honingraten vormt een ruwe oppervlakte waar het losliggende grind op inhaakt. De bovenliggende laag zal hierdoor slechts minimaal verschuiven. Door de honingraten met een grindlaagje te bedekken bekom je niet alleen esthetisch het mooiste effect, maar worden de honingraten ook maximaal beschermd. Deze toplaag mag echter niet te dik zijn, anders gaat het effect van grindstabilisatie verloren. Idealiter bedraagt de toplaag 1 à 2 cm.

Zeker & vast! Indien de fundering voldoende uitgebouwd is. Meer info m.b.t. de plaatsing, vindt u hier.

  • In de zones waar de voertuigen geparkeerd worden, is een ECCOgravel® grindmat een perfecte oplossing. De fundering van ECCOgravel® grindroosters kan zo ontworpen worden dat ook het water van de rijwegen verwerkt kan worden.
  • Met een degelijke fundering kan ECCOgravel® sporadisch zwaar verkeer verdragen. ECCOgravel is dus zeker geschikt voor parkeerplaatsen, brandweertoegangen, opritten etc. Kort omdraaien van een trekker-oplegger combinatie moet te allen tijde vermeden worden. ECCOgravel is niet geschikt voor vorkheftrucken (omwille van de korte draaicirkel van deze voertuigen).

Neen, voor de verkoop van al onze producten werken wij met een netwerk van erkende verdelers. Onze verdelers kopen onze producten in grote hoeveelheden aan, waardoor de consument (zowel aannemer als particulier) hierdoor de beste prijs betaalt. Bovendien staan onze verdelers u bij met technische raad en daad m.b.t. uw project.

Ja, maar u moet met volgende zaken rekening houden:

  • Gebruik nooit meer dan 150 kg cement/m³. Indien u meer gebruikt, zal de fundering niet meer waterdoorlatend zijn.
  • Gebruik geen stabilisé indien de grondsoort weinig waterdoorlatend is. Indien dit het geval is, raden wij aan om te werken met een steenslagkoffer.

Ja, u gaat als volgt te werk:

In eerste instantie is het belangrijk dat de diepte van het mangat tot aan de regenput reikt. Wat betreft de plaatsing, moet het klinkerdeksel zich steeds altijd iets onder het afwerkingsniveau bevinden. Het klinkerdeksel mag zich dus maximaal aan de onderkant van de ECCOgravel-matten bevinden.

Het gebruik van stabilisé hierbij raden we af, aangezien je dit dan steeds opnieuw moet uitkappen als je de regenput/waterput wilt bereiken. Als oplossing stellen we een betonblok voor die op een zware plastic ligt (waardoor je, indien nodig, de betonblok er relatief makkelijk kan uittrekken). De ECCOgravel kan je dan op dit betondeksel plaatsen. Daarbij raden we aan om de matten op de grootte van het klinkerdeksel te snijden (zelfde grootte of max. 5 cm groter), zodat je niet steeds een grote oppervlakte matten en vooral grind moet gaan verplaatsen.

Ten slotte is het ook niet onbelangrijk om aanduidingen aan te brengen om de regenput terug te vinden, daarvoor kan je bijv. werken met aanduidingen op een muur. Een alternatief is de hoekpunten van de ECCOgravel die op de regenput ligt aanduiden met een ander kleur grind.

Er zijn twee soorten vervuiling waarop wij telkens een antwoord hebben voorzien:

  • Vervuiling door opspattend water. Als oplossing hiervoor hebben wij onze zwevende plaatsing (beschikbaar bij KIT steenkorven).
  • Vervuiling door mosvorming. Bij ECCOfence KIT & ECCOfence Alubox raden wij aan om na de plaatsing de stenen te reinigen met een hogedrukreiniger, waardoor deze ook minder vatbaar zijn voor mos en dus minder snel zullen vervuilen.

Neen, ECCOfence netten zijn gegalvaniseerd, enkel de topjes van de netten (waar deze zijn verknipt) kunnen een minieme roestvorming hebben.

Ja, in die mate dat ECCOfence een minimum aan lawaai tegenhoudt in vergelijking met een standaard gesloten omheining.

Ja, men moet een betonnen sokkel of ringbalk voorzien met een minimale breedte van 50 cm en minstens tot op de dragende grond. Vervolgens moeten de schanskorven met keilbouten verankerd worden in het beton.

ECCOfence KIT & Alubox steenkorven kunnen niet verplaatst worden.

Neen, indien ECCOfence steenkorven correct geïnstalleerd en verankerd worden en indien de voorschriften m.b.t. de betonnen fundering nageleefd werden. Uitvoerige testen hebben uitgewezen dat de ECCOfence steenkorven onmogelijk kunnen omvallen bij een correcte opstelling. Bij een extreme test werd gepoogd de ECCOfence om te duwen met een 25 ton bulldozer, dit is echter niet gelukt.

Ja, dit kan voor keermuren met een maximale hoogte van 100 cm. Daar waar de keergrond tegen de schanskorf komt, wordt een doek aangebracht om uitspoeling te vermijden. 

Dit is levenslang bij normale klimatologische omstandigheden. 

Neen, dit kan niet omdat je deze niet kan verankeren. Indien u schanskorven op elkaar stapelt, loopt u het risico dat deze kunnen omvallen of verplaatsen.

Neen, bij een normaal vervuilende omgeving gebeurt dit niet. We raden aan om de stenen te reinigen na plaatsing, zo wordt de sluier en dus ook de voedingsbodem voor mos weggehaald.

Neen, omdat ECCOfence schanskorven verankerd worden met keilbouten met een diameter van 12 mm. Deze keilbouten oefenen zodanig veel kracht uit (opdat de schanskorf stevig verankerd is) dat stabilisé of chape zou breken. Steenkorvne dienen steeds verankerd te worden in beton (min. 350 kg cement/m³)

Indien u ECCOfence schanskorven niet verankerd in beton, kunnen deze omvallen. De enige veilige manier om een schanskorf te plaatsen is deze te verankeren in beton (min. 350 kg cement/m³).

Bron: brochure van het Agentschap Natuur en Bos (www.natuurenbos.be)

A. Voordelen voor de gemeenschap

  1. Waterbeheersing
    Bij verstedelijkte gebieden is er een hoge verzegelingsgraad (= groot aandeel van verhardingen in de totale oppervlakte). Het gevolg hiervan is dat neerslag niet of nauwelijks in de bodem kan dringen en onmiddellijk via ondoordringbare oppervlakten naar rioleringen afvloeit. Zo kunnen zelfs relatief kleine buien voor een tijdelijke overbelasting van het rioleringsstelsel zorgen met lokale wateroverlast als gevolg. Dit kan verholpen worden door de aanleg van grotere rioleringen zodat het water sneller en in grotere hoeveelheden afgevoerd kan worden. Dit is echter duur en verplaatst de problemen naar een ander gebied. Een andere oplossing is dat alle neerslag onmiddellijk afgevoerd wordt (= verhoging retentie van neerslagwater). Dit kan op vele manieren, o.m. via de aanleg van regenwaterputten of groendaken. Deze laatste verminderen de afvoer van de neerslag zodat de piekafvoeren lager zijn, de riolering minder of niet overbelast wordt en er zich geen of minder ernstige wateroverlast voordoet. Het ECCOsedum groendaksysteem geeft een jaarlijkse neerslagafvoer van 50%. Er geen verschil in waterafvoer tussen vlakke en hellende groendaken met een hellingsgraad tot 15°.
  2. Lucht- en waterzuivering
    Het stedelijke milieu wijkt niet alleen op klimatologisch vlak af van zijn omgeving maar ook op vlak van luchtvervuiling. Een groendak kan hier een grote invloed op uitoefenen doordat het geheel van vegetatie, substraat en micro-organismen schadelijke stoffen zoals CO, benzol en stofdeeltjes niet alleen opneemt maar ook afbreekt. Groendakvegetatie onttrekt stof en C0² uit de lucht. Bovendien vangt het schadelijke stoffen op, zoals stikstofoxide, waterstofsulfide etc. en dankzij de huidmondjes kunnen ze de schadelijke partikels inkapselen en immobiliseren. Groendaken dragen zo bij tot een beter leefmilieu via luchtzuivering. Bovendien brengt neerslag veel schadelijke stoffen met zich mee. Indien vervuilde neerslag eerst door een groendak stroomt wordt een deel van de vervuiling uitgefilterd voor het in de waterlopen terecht komt. Groendaken en andere groenvoorzieningen, hebben dus ook een belangrijke beschermfunctie.
  3. Habitatontwikkeling
    Gebouwen en andere infrastructuren nemen ruimte in, waardoor er steeds altijd habitatverlies is. Ondanks het feit dat groendaken geen volwaardige vervanging zijn van de verdwenen meer natuurlijke habitat kunnen ze zowel voor fauna als flora een belangrijk landschapselement zijn. Groendaken kunnen fungeren als een tijdelijke habitat (als stapsteen en als tijdelijke vluchtplaats), maar ook als vervangingshabitat en als basishabitat. In welke mate bepaalde planten- en diersoorten aanwezig zijn hangt af van veel factoren zoals het groendaktype, de wijze waarop de vegetatie aangebracht werd en de aanwezigheid van fauna en flora in de omgeving. In ieder geval zal de bloei van sedumplanten een sterke aantrekkingskracht uitoefenen op vlinders en andere nectarzuigende insecten. Groendaken kunnen dus ook bijdragen tot de verhoging van diverse plant- en diersoorten (de zgn. biodiversiteit).

B. Voordelen voor de dakeigenaar

  1. Langere levensduur dakbedekking
    Een groendak gaat langer mee dan een gewone dakbedekking (t.o.v. een vlak dak met bitumen is dit zelfs dubbel zo lang). De aanwezigheid van de laagopbouw beschermt de dakbedekking tegen:
    a. uv-straling: deze breken materialen af door fotochemische reacties maar worden bij een groendak geabsorbeerd door de vegetatie.
    b. verhitting, bevriezing en temperatuurschommelingen van het dakoppervlak: door de extremen en de afwisseling tussen temperatuur ontstaan spanningen in de dakbedekking en treden scheuren op of breken naden (vnl. bij dakbedekking uit bitumen. Bij een groendak worden de temperaturen getemperd door de aanwezigheid van de begroeiing en het substraat. Dit veroorzaakt lagere maximum- en hogere minimumtemperaturen, maar ook veel kleinere temperatuursschommelingen. De mate waarin de temperaturen gedempt worden hangt af van de dikte van het groendak.
    c. ongelijke opwarming van de verschillende daklagen: dit resulteert in blaasvorming en vervormingen van de dichtingen. Bij groendaken kan dit niet door het ontbreken van snelle en grote temperatuurschommelingen.
    d. mechanische beschadiging: daken kunnen soms beschadigd worden door hagel. Bij groendaken wordt dit opgevangen door de verschillende lagen.
  2. Thermische isolatie van het dak
    De hierboven vermelde lagere maximum- en hogere minimumtemperaturen worden veroorzaakt door het isolerend effect van het groendak. Daardoor kent de dakdichting niet alleen een gematigder temperatuursregime, maar zijn er ‘s winters minder verwarmingskosten en is ‘s zomers minder koeling nodig, waarbij het effect in de zomer het grootste is.
  3. Geluidsisolatie
    Het groendak heeft een geluiddempende werking. De precieze grootte hiervan is echter moeilijk te meten. Het totale effect ervan hangt eveneens samen met de oppervlakte en structuur van groenvoorzieningen.
  4. Visuele voordelen
    Naast minder extreme temperaturen, een hogere luchtvochtigheidsgraad en een zuiverdere lucht zorgen groendaken ook door hun visuele uitwerking voor een betere leefomgeving en gezondheid. Een uitzicht op een groene omgeving heeft een positief effect op de gemoedstoestand en aldus ook op de lichamelijke gezondheid van mensen. Bovendien is het uitzicht van een groendak seizoensgebonden wat een aangename variatie in het uitzicht brengt.
  5. Milieuvriendelijk imago
    Door een groendak aan te leggen krijgen bedrijven een milieuvriendelijker imago. Werken in een groene omgeving heeft ook een positief psychologisch effect en kan bijdragen tot grotere arbeidsvreugde en bijgevolg een hogere productiviteit.
  6. Financieel voordeel
    De meeste mensen gaan ervan uit dat een groendak veel meer kost dan een traditioneel dak. Indien enkel de aankoopkosten van groendaken vergeleken worden met deze van traditionele daken is dat inderdaad zo, maar de langere levensduur van groendaken zorgt er op termijn voor dat het prijsverschil zeer klein of nihil is. Alles meegerekend zijn groendaken voordeliger.

Bij de plaatsing van ECCOsedum groendaken moet er met twee parameters rekening gehouden worden:

  • Verhinderen van uitspoeling of afschuiven van het substraat
  • Afschuiven van het volledige groendaksysteen via de dakhelling

Om bovenliggende reden kan een dakhelling niet onbeperkt zijn. Op basis van de hellingsgraad en de bijbehorende aangepaste dakstructuur kan volgende indeling gemaakt worden:

  • Hellingsgraad van 0 tot 3° (0 tot 5%)
    Het ECCOsedum systeem kan hier zonder extra voorzorgsmaatregelen geplaatst worden.
    Hellingsgraad van meer dan 3° (meer dan 5%)
    Het ECCOsedum systeem kan hier zonder extra voorzorgsmaatregelen geplaatst worden, dankzij de specifieke opbouw van ECCOsedum groendaken is erosiebescherming niet noodzakelijk bij deze dakhellingen.
  • Bij hellingsgraden vanaf 15 à 20° (27 à 36%)
    Hier wordt wel een bijkomend systeem aangebracht dat het afschuiven van de substraatlaag voorkomt. Dergelijke systemen zijn in twee groepen onder te verdelen. (1) Systemen die de hellingsgraad verlagen door een trapsysteem (vergelijkbaar met een terrasopbouw) of (2) systemen die de substraatlaag in compartimenten onderverdelen d.m.v. lattensysteem. De afstand tussen opeenvolgende latten worden bepaald door de hellingsgraad. 
    --> Lattensystemen zijn nogmaals onder te verdelen in (a) lattensystemen die onder de dakdichting aangebracht worden: deze kunnen in hout uitgevoerd worden en hebben een lange levensduur maar vereisen, indien de latten geen afgeronde randen hebben, een bijkomende beschermingslaag. Dit om te verhinderen dat de waterkerende laag beschadigd wordt. De extra waterretentie die zich achter de latten kan ophopen heeft bovendien een negatief effect op het verschuiven van de substraatlaag of (b) lattensystemen die boven de dakdichting aangebracht worden: de latten worden over het algemeen in kunststof uitgevoerd. Voor hellingen tot ongeveer 11° (20%) kan dit eventueel in hout gebeuren. Het hout zal in de loop van de jaren vergaan maar doordat het substraat volledig doorworteld raakt, wordt de substraatlaag stevig verankerd. Een lattensysteem dat boven de dakdichting geplaatst wordt heeft de voordelen dat de dakdichting niet beïnvloed wordt en dat er geen waterstagnatie optreedt.
     

Ja, want bijensterfte wordt voor veroorzaakt door (in orde van belangrijkheid):

  1. de vele maïs die aangeplant wordt: maïs geeft pollen met een zeer lage calorische waarde, zodat de bijen die denken een mooie wintervoorraad te hebben, verzwakken door te weinig voeding;
  2. de aanwezigheid van de varoa mijt en parasitaire schimmel;
  3. het gebruik van bewasbeschermingsmiddelen. Dit komt dus pas op de derde plaats. Vooral imidacloprid (Confidor) ligt onder vuur. Ook het inzetten van verschillende middelen wordt aangeklaagd. Bij het onderzoek van tuinplanten bleken 57 stoffen gevonden, bijna alle legaal, maar door bepaalde milieuorganisaties gecatalogeerd als gifstoffen dus gifplanten. Door deze actie zijn ketens en supermarkten eisende partij om planten vrij van illegale en toxische stoffen aan te leveren. Ze vragen een verklaring te ondertekenen hier over aan hun toeleveranciers.

ECCOsedum trays worden gekweekt met een absoluut respect voor nuttige insecten. Het tijdstip van toepassing alsook de keuze van het gewasbeschermingsmiddel is hierbij cruciaal. De ECCOsedum kwekerij registreert de gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en energie onder het Ecas gecertificeerde MPS label.

Bij de keuze van de platensoorten werd rekening gehouden met volgende parameters:

  • Esthethische waarde (bijv. bloei): grote sedumvariatie van minstens 10 soorten.
  • Droogtebestendigheid in functie van de substraatdikte, substraatsamenstelling en waterbuffer. Daar elke sedumsoort optimaal gedijt onder iets andere klimatologische omstandigheden geeft een grote variatie aan sedumsoorten meer zekerheid.
  • Snelheid van vermenigvuldigen, dit om woekeren van een bepaalde soort te voorkomen
  • Regenererend vermogen na extreme droogte.
  • Verschillende bloeiperiodes: bij het voorkweken van ECCOsedum groendaken wordt gebruik gemaakt van stekmateriaal, dit zijn uitlopers van moederplanten die afgeknipt worden. Om de juiste dosering stekmateriaal voor iedere sedumsoort te kennen is het belangrijk te weten hoe snel ze zich vermeerderen na aanplanting (dit om monocultuur te vermijden). Door gebruik te maken van productievelden (moederplanten) met telkens één sedumsoort kan de juiste mengeling van het stekmateriaal steeds gegarandeerd worden, wat belangrijk is voor een gevarieerde dakbegroeiing.

ECCOsedum groendaken bevatten min. 7 soorten sedum:

  • Sedum Immergrunchen
  • Sedum Album
  • Sedum Reflexum
  • Sedum Sexangulare
  • Sedum Acre
  • Sedum Spurium
  • Sedum Lydium

De keuze van de mix aan stekmateriaal en dosering van elk type werd zorgvuldig bestudeerd met groendeskundigen. Tevens werd het ECCOsedum groendaksysteem onderworpen aan langdurige testen op daken en gesimuleerde extreme weersomstandigheden. De uiteindelijke plantenmix bleek na verscheidene testen uitermate efficiënt te zijn.

Hoewel de lijst met voordelen lang is zijn er toch een twee zaken waarmee rekening gehouden
dient te worden:

  1. Zwaardere constructie
    De aanleg van een groendak brengt extra gewicht op de constructie. In de meeste gevallen is de dragende structuur voldoende voor de plaatsing van een groendak. 
  2. Kostprijs
    De aankoop van een groendak is een niet te verwaarlozen factor, maar op lange termijn zijn groendaken voordeliger. Zo hoeft u niet te investeren in een (duur) afwateringssysteem, zorgen groendaken voor minder grote temperatuursschommelingen (thermische isolatie) en dempen zij het geluid (geluidsisolatie), tot slot zorgen groendaken ervoor dat uw dakdekking langer meegaat doordat deze beschermd is tegen o.a. uv-straling en hagel.

1. Indien nodig, plaatsen van een wortelwerende laag ECCO PE400.Er moet niet altijd anti-wortelfolie gebruikt worden bij EPDM of PVC, tenzij op uitdrukkelijk
verzoek van de fabrikant.


2. Plaatsen van de beschermlaag ECCOprotect 400: deze rollen van 2,10 m x 40 meter worden geplaatst met een overlap van 10 cm. Deze rollen
zijn te verkrijgen per m².


3. Plaatsen van de ECCOsedum groendaktrays: de groendaktrays worden bij elkaar gehouden door een kliksysteem en worden versneden met behulp van een zaag of slijpschijf. Het RHP-substraat wordt bijeen gehouden door de wortels van de sedumplanten. Probeer wel bij het versnijden de waterbufferingslaag intact te houden, door slechts tot op halve hoogte door te snijden.


4. Begroeiingsvrije zone: bij hoger gelegen daken is het aan te raden om de ECCOsedum trays niet tot aan de dakranden
door te laten lopen (begroeiingsvrije zone van +/- 30 cm). Deze zone wordt dan opgevuld met
dakgrind, bij voorkeur 40 - 80 mm. Fijnere fracties worden niet aangeraden om onkruidgroei
te voorkomen. Deze begroeiingsvrije zone heeft meerdere functies:

  • verhinderen dat opspattende neerslag de muur van het aanpalende gebouw vuil maakt
  • beschermen van de waterafloop tegen verstopping door ingroeiende vegetatie
  • verhinderen dat vegetatie over de dakrand naar beneden hangt
  • verhinderen dat eventuele brand overslaat van/naar de vegetatie
  • vermijden dat de vegatietelaag of substraat weggeblazen wordt door windkrachten
  • vermijden dat de wind aan de zijkanten de ECCOsedumtrays laat opwaaien


5. Indien nodig, versnijden van de groendaktegels: enkel versnijden op de bovenste laag, zodat de onderste laag (waterbufferingslaag) intact blijft.

Het ECCOsedum groendaksysteem bestaat uit 5 lagen:

  1. Drainagelaag
    De tegels hebben een dusdanig ontworpen structuur dat het regenwater wat niet door het groendaksysteem kan opgenomen worden, vlot kan wegvloeien zonder belemmering naar de afvoerpunten.
  2. Waterbufferingslaag
    Het voorbegroeid extensief groendaksysteem lost dit op door het water cappilair te gaan bufferen in een licht geëxpandeerde gebroken kleikorrel substraat (fracties 4-8 mm). Om te vermijden dat er stilstaand water blijft staan (niet-capillair opgeslagen) tussen de holle ruimtes van het kleisubstraat, werden afvoeropeningen voorzien aan de onderzijde en bovenzijde (overstortbeveiliging) van deze laag. Water dat niet door dit bufferingssysteem opgenomen wordt zal eenvoudig wegvloeien. De afvoergaten (4 per onderverdeling) onderaan het waterbufferingssysteem werden op 1 cm van de onderkant geplaatst, zodat in deze onderste cm ook niet-capillair water kan gestockeerd worden. Het volume van de waterbufferingslaag per tegel bedraagt 6 liter.
  3. Filterlaag
    Een non-woven polyestervliesdoek van 150 g/m² zorgt ervoor dat fijne deeltjes uit het substraat, niet uitgespoeld worden. Het gewicht van het doek is dusdanig gekozen zodat er zich geen meststoffen kunnen accumuleren in dit doek.
  4. Substraatlaag
    De substraat laag heeft meerdere functies. Ze voorziet in voeding en water voor de vegetatieen zorgt voor zuurstof en verankering van de wortels. ECCOsedum gebruikt hiervoor daktuinsubstraat met volgende samenstelling: gewassen bims 4-8 mm: 40%, lava 3-8 mm: 35%, cocos: 15% en tuinturf: 10%.
    Haar dikte werd afgestemd op de vereisten van de aangewende sedumsoorten alsook de neerslaggegevens van onze klimaatzone. Het substraat dient aan volgende eisen te voldoen: licht, groot waterbufferend vermogen, voedzaam (doch niet overdadig), constante kwaliteit moet gegarandeerd worden (keurmerken), volume/tray: 5,5 liter.
  5. Vegetatielaag
    Het voorbegroeid extensief groendak systeem wordt geleverd met minstens 7 soortensedumplanten die voor minstens 80% dichtgegroeid afgeleverd worden. Voor transport van de voorbegroeide tegels naar bestemming werden de wortels van de sedumplantenniet doorgesneden, wat een zekerheid biedt naar “overleving” onmiddellijk na plaatsing.
    Alle soorten werden in evenredige hoeveelheden volgens de snelheid van inworteling“ingestekt”door middel van stekken, waardoor elke plantensoorten min of meer gelijkmatig voorkomt. “

In theorie kan dit, maar dit is af te raden omdat gras en grind elk verschillende eigenschappen hebben: zo moet je voor gras een grasdal voorzien waar de worteltjes van het gras zich makkelijk kunnen hechten, terwijl bij grind probeer je net onkruidgroei te voorkomen door o.a. gebruik te maken van een anti-worteldoek. Ook zijn de mazen van grasdallen groter, zodat dit makkelijker is om in te zaaien, terwijl grindplaten net kleinere mazen hebben, zodat het grind beter op zijn plek blijft. Voor het gebruik van grind, raden we ECCOgravel grindmatten aan.

Jazeker, indien de fundering voldoende uitgebouwd is. Meer info m.b.t. de plaatsing, vindt u hier.

In de zones waar de voertuigen geparkeerd worden, is een ECCOdal® grasdal een perfecte oplossing. De fundering van ECCOdal® grasdallen kan zo ontworpen worden dat ook het water van de rijwegen verwerkt kan worden.

Met een degelijke fundering kan ECCOdal® sporadisch zwaar verkeer verdragen. ECCOdal grasdallen zijn dus zeker geschikt voor parkeerplaatsen, brandweertoegangen, opritten etc.

Op plaatsen die zeer intensief en met snelheden van meer dan 10 km/u gebruikt worden, raden wij aan om de bereden zones aan te leggen in een gebonden materiaal (asfalt/beton).

Neen, voor de verkoop van al onze producten werken wij met een netwerk van erkende verdelers. Onze verdelers kopen onze producten in grote hoeveelheden aan, waardoor de consument (zowel aannemer als particulier) hierdoor de beste prijs betaalt. Bovendien staan onze verdelers u bij met technische raad en daad m.b.t. uw project. U kan hier een verdeler zoeken.

Wij raden graszaden die diep wortelen en op die manier ook beter bestand tegen droge periodes. Uw graszadenleverancier kan u hier meer informatie over verschaffen.

Meer en meer kampen we met enerzijds een tekort aan grondwater en anderzijds met wateroverlast, dit doordat het water niet in de ondergrond kan insijpelen omwille van een toenemende verharding (beton, tegels, klinkers etc.). Daarom heeft Vlaanderen sinds 1 januari 2014 een verstrengde wetgeving rond hemelwater, men moet het hemelwater/regenwater ofwel opvangen in een regenwaterput ofwel laten insijpelen in de grondGrasdallen en grindplaten zorgen ervoor dat u een waterdoorlatende verharding bekomt, waardoor het water dus makkelijk kan insijpelen in de grond. Zo voorkomt u zowel een tekort aan grondwater en voorkomst u ook wateroverlast zonder te investeren in een duur afwateringssysteem. Op die manier verlagen we dan ook onze ecologische voetafdruk en voorkomen we verschraling van de natuurlijke biotoop.

ECCOdal grasdallen zijn vervaardigd uit HDPE (High-Density Polyethyleen), hierdoor blijven ze dus flexibel, zelfs bij vorsttemperaturen en zullen dus niet breken. Bovendien hebben ECCOdal grasdallen uitzettingsvoegen om temperatuurverschillen op te vangen, daardoor zullen de grasdallen niet gaan verplaatsen tegenover elkaar. Daarnaast zijn ECCOdal grasdallen ook geschikt voor personenwagens, dus ideaal als (extra) parking of oprit. Tot slot zijn ECCOdal grasdallen specifiek ontwikkeld als grasdal, in tegenstelling tot andere platen die zowel als grindplaat en grasdal gebruikt worden. De technische specificaties van ECCOdal grasdallen zijn specifiek gericht op een opvulling met gras, terwijl ECCOgravel grindplaten specifiek gericht zijn op een opvulling met grind. Tot slot is ECCOdal een 100% Belgisch kwaliteitsproduct.

Er wordt aangeraden om 8 tot 10 ECCOmarkers parkeerdoppen te gebruiken voor de afbakening van een parkeerplaats voor personenwagens.