Plaatsing van Groendaken

Algemene voorstelling plaatsing

ECCOsedum groendaktegels kunnen op een vlak en op een hellend dak geplaatst worden, maar er moet bij de plaatsing met twee parameters rekening gehouden worden:

  1. Verhinderen van uitspoeling of afschuiven van het substraat
  2. Afschuiven van het volledige groendaksysteen via de dakhelling

Om bovenliggende reden kan een dakhelling niet onbeperkt zijn. Op basis van de hellingsgraad en de bijbehorende aangepaste dakstructuur kan volgende indeling gemaakt worden:

  • Hellingsgraad van 0 tot 3° (0 tot 5%) en hellingsgraad van meer dan 3° (meer dan 5%)
    Het ECCOsedum systeem kan hier zonder extra voorzorgsmaatregelen geplaatst worden.
  • Hellingsgraad vanaf 15 à 20° (27 à 36%)
    Aanbregen bijkomend systeem dat het afschuiven van de substraatlaag voorkomt. Ofwel werkt men met (a) systemen die de hellingsgraad verlagen door een trapsysteem (vergelijkbaar met een terrasopbouw) of (b)met systemen die de substraatlaag in compartimenten onderverdelen d.m.v. lattensysteem. De afstand tussen opeenvolgende latten worden bepaald door de hellingsgraad.

 

1

Plaatsen van anti-worteldoek (ECCO PE400)

Plaatsen van anti-worteldoek op de bestaande dakdichting. Afhankelijk van het dakdichtingsmateriaal, zal al dan niet een anti-wortelfolie gebruikt dient te worden. Er moet geen anti-wortelfolie gebruikt worden bij EPDM en PVC tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de fabrikant. Bij dakdichtingsmateriaal dat bestaat uit asfaltmembranen is dit wel het geval. De anti-worteldoek zorgt ervoor dat wortels van planten geen beschadiging aan uw dakdichting kunnen veroorzaken. Vraag steeds advies aan uw fabrikant van dakbedekkingsmateriaal.

2

Plaatsen beschermlaag ECCOprotect 400

Plaats de rollen ECCOprotect 400 steeds met een overlap van 10 cm. Bij ECCOprotect 400 wordt een niet-organisch viltdoek aangebracht op een geweven PP-doek (afmetingen: 2,1 m x 40 m). Deze laag bestaat uit een doek die het dakmembraan een extra bescherming biedt tegen scherpe voorwerpen. Deze voorwerpen zouden het doek kunnen beschadigen tijdens de plaatsing. Daarnaast zorgt dit voor een extra waterbufferingslaag van ongeveer 300 ml/m².

3

Plaatsen van ECCOsedum groendaktrays

De trays worden bij elkaar gehouden door een kliksysteem en worden, indien nodig, versneden met behulp van een zaag of slijpschijf. Het RHP-substraat wordt bijeen gehouden door de wortels van de sedumplanten. Probeer wel bij het versnijden de waterbufferingslaag intact te houden, door slechts tot op halve hoogte door te snijden.

Begroeiingsvrije zone

Bij hoger gelegen daken is het aan te raden om de ECCOsedum groendaktrays niet tot aan de dakranden door te laten lopen (begroeiingsvrije zone van +/- 30 cm). Deze zone wordt dan opgevuld met dakgrind, bij voorkeur 40 - 80 mm.